Iedere wijnliefhebber kent het wel. Je hebt zin in een goed glas witte wijn, rosé of prosecco, maar de fles staat nog op kamertemperatuur. Gelukkig hoef je niet uren te wachten voordat je kunt genieten. Met een paar handige trucs is je wijn veel sneller op de juiste temperatuur. Of je nu onverwacht bezoek krijgt, spontaan gaat barbecueën of gewoon vergeten bent de fles koud te leggen, met deze tips staat er binnen no-time een heerlijk gekoeld glas wijn op tafel.
De snelste manier is ijswater met zout
Wil je een fles écht snel koelen? Vul dan een emmer of grote bak met koud water, flink wat ijsblokjes en een handje zout. Het zout zorgt ervoor dat het ijs sneller smelt en de temperatuur van het water nog verder daalt. Daardoor koelt de fles veel sneller af dan wanneer je hem alleen in een bak met ijs legt. Draai de fles af en toe voorzichtig rond in het ijswater. Binnen ongeveer 15 tot 20 minuten is een witte wijn, rosé of mousserende wijn vaak al heerlijk gekoeld.
De koelkast blijft een goede keuze
Heb je iets meer tijd? Leg de fles dan ongeveer anderhalf tot twee uur in de koelkast. Dit is een veilige manier om wijn geleidelijk op temperatuur te brengen, zonder dat de smaak wordt beïnvloed. Vooral witte wijn, rosé en mousserende wijn komen zo mooi tot hun recht.
De vriezer, handig, maar zet een timer
Heb je haast? Dan kan de vriezer uitkomst bieden. Leg de fles ongeveer 20 tot 30 minuten in de vriezer en zet direct een timer. Vergeet je de fles, dan kan de wijn uitzetten door de kou, waardoor de kurk eruit wordt gedrukt of de fles zelfs kan barsten. Voor mousserende wijn is extra voorzichtigheid belangrijk vanwege de druk in de fles.
Gebruik een wijnkoeler
Een wijnkoeler of koelmanchet is ideaal als je de wijn eenmaal op temperatuur hebt. Bewaar de koelhuls in de vriezer en schuif hem om de fles zodra je gaat schenken. Zo blijft de wijn tijdens een lange lunch, barbecue of borrel lekker koel, zonder dat je de fles steeds terug hoeft te zetten in de koelkast.
Hoe koud hoort wijn eigenlijk te zijn?
Niet iedere wijn drink je op dezelfde temperatuur. Witte wijn smaakt meestal het lekkerst tussen de 8 en 12 graden. Rosé komt mooi tot zijn recht rond de 8 tot 10 graden en prosecco of champagne drink je het liefst tussen de 6 en 8 graden. Rode wijn hoeft juist niet op kamertemperatuur van 22 graden te staan. Veel lichte rode wijnen smaken zelfs beter rond de 14 tot 16 graden. Een kwartiertje in de koelkast kan dus wonderen doen.
Wat kun je beter niet doen?
Het lijkt misschien handig om ijsblokjes rechtstreeks aan je wijn toe te voegen, maar dat is meestal geen goed idee. Terwijl het ijs smelt, wordt de wijn verdund en verandert de smaak. Wil je je wijn koud houden zonder hem wateriger te maken? Gebruik dan herbruikbare wijnkoelstenen of serveer de fles in een wijnkoeler met ijs. Ben je op de camping, onderweg of geniet je van een picknick? Neem dan een koeltas of koelbox mee. Daarmee blijft je wijn ook tijdens warme zomerdagen langer op de juiste temperatuur. Zet een fles bovendien nooit langdurig in de volle zon of in een hete auto. Hoge temperaturen kunnen de smaak van wijn negatief beïnvloeden.